Instelling
Koninklijk Museum voor Midden-Afrika

Specialisatie

Type instelling

Alternatieve naam

Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, AfricaMuseum

Locatie

Periode

1898 →
Datum van de laatste wijziging: 03/04/2026
2 min.

Museum, opgericht als tijdelijke tentoonstelling in 1897 door Leopold II, gewijd aan de kunst, geschiedenis en cultuur van Congo.

2018AfricaMuseum
1960Musée royal de l’Afrique centrale- Koninklijk Museum voor Midden-Afrika
1910Musée du Congo belge
1898Musée du Congo

Historiek

De Congolese sectie van de Wereldtentoonstelling van Brussel, in 1897 door Leopold II te Tervuren ingehuldigd, werd omwille van het grote succes onder de vorm van een permanent museum behouden. Het Congomuseum had als bedoeling om de economische rijkdom en ontwikkeling van de kolonie voor het publiek te etaleren. In 1910, bij de overname van Congo-Vrijstaat, werd het museum ondergebracht in een schitterend paleis in Tervuren. Het kreeg vanaf dat moment een meer wetenschappelijke betekenis en inhoud en kreeg de naam Museum van Belgisch Congo. De opeenvolgende museumdirecteurs verwierven belangrijke collecties en bouwden een expertise op in de domeinen van koloniale etnografie, antropologie en prehistorie, geologie en paleontologie, morele, politieke en historische wetenschappen, economie, dierkunde en plantkunde. Vanaf 1911 bestond er aan het museum ook een laboratorium voor chemisch onderzoek met economische doeleinden. Het werd in 1928 een onafhankelijke instantie, het Laboratoire onialogique de l'Etat.

Het Museum was de draaischijf van de samenwerking tussen de onderzoekswereld en de industrie in België en Congo. De samenwerking tussen de industriële wereld en het Museum had gunstige gevolgen voor beide. Voor het Museum resulteerde dit o.a. in een sterke uitbreiding van de verzameling gesteenten, mineralen en fossielen (van 10.000 tot 50.000 exemplaren), met inbegrip van talrijke boorkernen en van de twee diepe boringen van Samba en Dekese (elk 2000m; gelijk aan 50.000 bodemstalen). Dit materiaal werd gedurende tien jaar bestudeerd en er verschenen vijftig publicaties over. Deze grote inspanning zal uniek blijven binnen de microkosmos van de Belgisch-Congolese geologie en droeg in grote mate bij tot de grondige herziening van het onderwijs en van het onderzoek op het vlak van de geologie in het moederland.1

Een aantal belangrijke figuren: Georges Albert Boulenger was nauw betrokken bij de oprichting van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. Jacques Lepersonne was werkzaam in dit Museum en bouwde het Geologische Departement van het Museum verder uit tot een belangrijk onderzoekscentrum. Lucien Cahen was directeur van deze instelling.

Directeurs

1898-1899Théodore Masui
1899-1910Émile Jean Baptiste Coart
1910-1927Alphonse de Haulleville (1860-1938)
1927-1946Henri Schouteden (1881-1972)
1947-1958Frans Maurits Olbrechts (1899-1958)
1958-1977Lucien Cahen
1977-1978Pierre Basilewsky
1978-1980 (ad interim)Albert Maesen (1915-1992)
1980-1980 (ad interim) 
1985-2002
Dirk F. E. Thys van den Audenaerde
2002-Guido Gryseels

Bibliografie

Suggestion Quote
Inhoudstafel