Discipline
Specialisatie
Profiel
Zie ook
Gender
Leven
Professor, curator, filoloog, archeoloog en epigraaf, geboren in Aalst op 3 januari 1868 en overleden in Sint-Pieters-Woluwe (Brussel) op 14 augustus 1947.
Franz Cumont, 1920, Bebelio, Wikimedia Commons, publiek domein.
Biografie
Na zijn humaniora aan het Koninklijk Atheneum van Brussel studeerde Cumont verder aan de Universiteit van Gent. In 1887 behaalde hij er een doctoraat in de klassieke filologie en ontving hij een reisbeurs die hem naar Bonn, Berlijn, Wenen, Athene, Rome en Parijs bracht. In 1892 – hij was toen pas vierentwintig jaar oud - werd Cumont benoemd tot docent aan de Universiteit van Gent. Vier jaar later promoveerde hij tot gewoon hoogleraar in de klassieke filologie.1
Na zijn eerste Europese reizen ondernam Cumont in 1900, samen met zijn broer Eugène, een eerste verre reis van twee maanden naar de streek van Pontus in Klein Azië. 2. Vijf jaar later reisde hij naar Noord-Syrië op zoek naar sporen van de reis van keizer Julianus naar Ctésiphon (Irak). Naar aanleiding van een reis naar de Verenigde Staten en zijn ontmoeting met de Amerikaanse Midden-Oostenspecialist J. Breasted (1865-1935), ondernam Cumont nog twee onderzoeksexpedities – in 1922 en in 1923 – naar Doura-Europos (Syrie).3 Cumont maakte van zijn reizen gebruik om de archeologische en kunsthistorische verzamelingen van het Musées royaux des Arts décoratifs et industriels, de huidige Koninklijke musea voor Kunst en Geschiedenis, met nieuwe aanwinsten aan te vullen. Sinds juli 1899 was Cumont er vrijwillig onbezoldigd conservator voor de klassieke oudheid. In 1901 volgde zijn bevordering tot afgevaardigd conservator.
In 1910 liep Cumont de leerstoel Romeinse geschiedenis aan de Universiteit Gent mis. Hoewel de faculteit unaniem gunstig gestemd was tegenover hem, gaven politieke meningsverschillen de doorslag: de toenmalige katholieke minister van Kunsten en Wetenschappen weigerde de liberaalgezinde Cumont de leerstoel Romeinse geschiedenis. Deze Cumont-affaire betekende een grote breuk in het (professionele) leven van Cumont. Verbitterd diende Cumont zijn ontslag in bij deze universiteit. Dit werd ondanks hevige nationale en internationale protesten in mei 1911 aanvaard. Kort daarna herorganiseerde de regering de Musées Royaux des Arts décoratifs et industriel, waardoor ook daar Cumonts functie geschrapt werd. Daarop verliet hij België en verdeelde hij zijn tijd als onderzoeker voornamelijk tussen Rome en Parijs.4 Toch bleef hij betrokken bij het museum als adviseur.5 Hoewel Cumont fysiek ver van België verwijderd was, slaagde hij er toch in de site van Apamée in Syrie aan Belgische archeologen over te dragen. Fernand Mayence kreeg de leiding over de site.6
Cumont liet per testament aan de Academia Belgica in Rome, waarvan hij voorzitter was, zijn bibliotheek en zijn Romeins appartement na, met als bepaling dat de huurinkomsten van het appartement voor het onderhoud van de bibliotheek moesten worden ingezet.7 Naast de vijfjaarlijkse prijs voor wetenschapsgeschiedenis die hij in 1910 ontving, was Cumont eveneens de winnaar van de Francqui-prijs in 1936.8
Over de vraag of Franz Cumont al dan niet vrijmetselaar was, werd lang geredetwist en de discussie werd onlangs hernomen door de ontdekking van drie letters met de monogram "FC" met daarin drie punten. Toch lijkt het er eerder op dat de letters zouden hebben toebehoord aan zijn broer Fernand Cumont9
Collecties
Naast zijn werk als filoloog en historicus aan de universiteit, was Cumont eveneens erg actief als curator en verzamelaar voor verschillende musea. In het Musées royaux des Arts décoratifs et industriels streefde Cumont er samen met zijn collega’s naar om bestaande lacunes in de museumcollectie op te vullen. Zo vereisen volgens hem onder andere de Griekse en Romeinse beeldhouwkunst nog verdere aandacht. Lokale personen, bijvoorbeeld de rijke industrieel en verzamelaar Raoul Warocuqé, en instanties waarmee hij banden onderhield, schonken hem meer dan eens archeologische stukken voor het museum. Tegelijkertijd volgde hij ijverig op welke collecties te koop werden aangeboden. Samen met Jean De Mot slaagde Cumont erin om fondsen te werven om gespreid over drie periodes (1901, 1904 et 1907) verschillende stukken van de collectie van Léon Somzée (1837-1901) aan te kopen. Wanneer de fondsen niet volstonden om bepaalde collectiestukken te verwerven, gebeurde het dat Cumont zelf de aankoop financierde. Ten slotte doneerde hij een stuk van zijn persoonlijke collectie aan het museum.10
Daarnaast was Cumont betrokken bij het huidige Musée Royal de Mariemont. Hij beheerde de collecties en begeleidde actief, samen met onder andere Jean De Mot en Jean Capaert, de aankooppolitiek van zijn vriend, Raoul Warocqué. Deze laatste was de toenmalige eigenaar van het domein van Mariemont en verzamelaar van antiquiteiten. Ook voor deze collectie heeft Cumont talrijke schenkingen op zijn naam.11 De drie onderzoekers van het museum in Mariemont brachten samen een catalogus van de collecties uit. Bovendien kon Cumont door zijn band met Warocqué zijn stempel drukken op de nalatenschap van het domein van Mariemont in de hoedanigheid van adviseur. Uiteindelijk strookte Warocqués beslissing met Cumonts visie om het domein aan de Belgische Staat te schenken. Ook na Warocuqés dood bleef Cumont verbonden aan het domein van Mariemont: het beheer van de Romeinse, Griekse en Egyptische oudheden werd hem toevertrouwd.12
Enkele jaren later vulde hij die ervaring met Warocqués nalatenschap aan met zijn dichte betrokkenheid bij de schenking van het Kasteel van Gaasbeek aan de Belgische Staat, die in 1921 plaatvond. Vanaf maart 1911 trad hij op als rechterhand van zijn vriendin markiezin Marie Arconati Visconti (1840-1923), eigenares van het kasteel en haar collectie, bij het schenkingsproces. Hij nam een groot deel van de schenkingsonderhandelingen op zich, zowel de fysieke ontmoetingen als het briefverkeer. Bovendien beïnvloedde hij de inhoud van de schenkingsakte en ondertekende hij die zelfs als één van de eregetuigen van de markiezin.13
Publicaties
Cumonts liet een rijke wetenschappelijke publicatielijst achter. De meesten van zijn geschriften behandelen de geschiedenis van de religies en meer bepaald de oosterse invloed op het Romeins heidendom. Tot een van zijn meest bekende publicaties behoort de studie over Les religions orientales dans le paganisme romain (1906) dat zowel in het Duits (1910), het Engels (1911) en het Italiaans (1913) werd vertaald.14 De fundamenten van deze benadering legde hij al eerder in zijn doctoraatsthesis Alexandre d'Abonotichos. Un épisode de l'histoire du paganisme au IIe siècle de notre ère (1887). Met zijn proefschrift over de verspreiding van de cultus van Mithra bemachtigde hij in 1889 een reisbeurs. Tussen 1894 en 1900 verschenen Textes et Monuments relatifs aux Mystères de Mithra, Les Mystères de Mithra (1900).15
Voor zijn benoeming tot curator van de Musées royaux des Arts décoratifs et industriels werkte Franz Cumont in het museum van de Hallepoort, waar hij de Catalogue des Sculptures et Inscriptions antiques (Monuments lapidaires) publiceerde. Naast zijn onderzoek naar oosterse religies toonde Cumont ook interesse in de Belgische religieuze geschiedenis, en dan in het bijzonder de periode van diens intrede in het romanisme. Hij wijdde er een boek aan getiteld Comment la Belgique fut romanisée (1914). Ook epigrafie trok Cumonts belangstelling. Na zijn reis naar het Midden-Oosten stelde hij een bundel over Inscriptions chrétiennes d'Asie Mineure (1895) op.
In de jaren 1940 werkte Franz Cumont rond het hiernamaals in Romaanse religies. Over dit onderwerp publiceerde hij in 1942 Recherches sur le symbolisme funéraire des Romains.
Een volledige uitgave van de bibliografie van Franz Cumont kan worden gedownload: hier.
Brieven van Cumont
De Academia Belgica bewaart een groot aantal brieven van Cumont. Deze zijn doorzoekbaar in de Cumont database.
Verder bewaart het Kasteel van Gaasbeek het "legaat Franz Cumont" in haar archieven. Deze persoonlijke archivalia werden aan het kasteel overgemaakt in 1976 door toedoen van de testamentuitvoerders van de heer G. Lockem, ereconservator van het kasteel. Het legaat bevat 422 brieven geschreven door Marie Peyrat tussen 1905 en 1923 gericht aan Franz Cumont, naast een handschrift door Franz Cumont getiteld "Souvenirs sur la marquise Arconatie et son entourage" . Dit manuscript is gepubliceerd en van commentaar voorzien door oud-conservator dr. G. Renson. Ook bevat het legaat briefwisseling betreffende Alphonse Peyrat.
Bibliografie
- Mélanges Franz Cumont, Brussel, 1936.
- "Franz Cumont", in: Isis,1948, 38 (3-4), 246.
- Hommages à Joseph Bidez et à Franz Cumont, Brussel, 1949.
- "Notices", in: Fasti Archaeologici, 1949, II.
- La commémoration de Franz Cumont à Rome', 13 janvier 1949, Brussel, 1949.
- "In memoria di Franz Cumont", in: Problemi attuali di scienza e di cultura, Rome, 1950.
- "Cumont, Fr.", in: Encyclopedia Britannica, 1965, 6, 895.
- "Cumont, Fr.", in: Chamber's Encyclopedia, 1967, 4, 300.
- BONGARD-LEVINE, Grégory, BONNET, Corinne, Litvinenko, Yuri en MARCONE, Amaldo, Mongolus Syrio salutem optimam dat: La correspondance entre Mikhaïl Rostovtzeff et Franz Cumont, Parijs: De Boccard, 2007.
- BONNET, Corinne, "Cumont, Franz", in: POUILLON, F. (red.), Dictionnaire des orientalistes de langue française, Parijs, 2009, 247-248.
- BONNET, Corinne, "Franz Cumont : entre ciel et terre", in: BONNET, Corinne, PIRENNE-DELFORGE, V. en PRAET, D., (red.), Les religions orientales dans le monde grec et romain. Bilan et perspectives, Rome - Brussel 2009, 17-22.
- BONNET, Corinne, “ Un réseau européen : la correspondance de Franz Cumont”, in: JACOB, C. (red.), Lieux de savoir. I. Espaces et communautés, Paris, 2007, 1072-1094.
- BONNET, Corinne, L'histoire séculière et profane des religions (F. Cumont) : observations sur l'articulation entre rite et croyance dans l'historiographie des religions de la fin du XIXe et de la première moitié du XXe siècle", in: SCHEID, John (red.), Rites et croyances dans les religions du monde romain, Entretiens sur l'Antiquité classique LIII, , Vandoeuvres : Fondation Hardt, 2007, 1-37.
- BONNET, Corinne, Le grand atelier de la science. Franz Cumont et l'Altertumswissenschaft. Héritages et émancipation. Des études à la première guerre mondiale (1888-1923), Rome: Institut Historique Belge de Rome, 2005, 2 vol.
- BONNET, Corinne, Entre Terre et Ciel. Parcours historiographique en "hauts-lieux" sur les traces de Franz Cumont et d'autres historiens des religions, Archiv für Religionsgeschichte, 2005, 7, 5-19.
- BONNET, Corinne, " Rééditer Franz Cumont : pourquoi ? comment ?" in: Anabases, 2006, 4, 267-270
- BONNET, Corinne " Mise en perspective épistolaire. « Denn ich denke oft im Stillen an Sie. » Hermann Diels et Franz Cumont : la filiation intellectuelle à l’épreuve de la guerre 14-18", in: Anabases, 2009, 10, 99-110.
- BONNET, Corinne, " Un Cumont peut en cacher un autre... À propos de l'appartenance de Franz Cumont à la franc-maçonnerie", in:Anabase, 2008, 8, 197-203.
- BONNET, Corinne, “L’"affaire Cumont" entre science, politique et religion”, in Science, religion and politics during the modernist crisis, Belgisch Historisch Instituut te Rome, 2018.
- BOYANCE, P., "Rome, la Grèce et l'Orient d'après Franz Cumont", L'Information littéraire, 1949, I, 22-26.
- BRUWIER, Marie-Cécile, TILLIET-HAULOT, Marie-Françoise & VERBANCK-PIERARD, Annie (éd.), Franz Cumont et Mariemont, Morlanwelz : Musée royal de Mariemont, 2005.
- CANET, L., "Franz Cumont (1868-1947)", in:' 'Lux Perpetua'', Parijs, 1949, VII-XXX.
- DE RUYT, Franz, "Franz Cumont, prince et mécène de l'érudition belge à Rome", in:Revue Générale Belge, 1947, 23, 767-772.
- DE RUYT, Franz, "Le don royal de Franz Cumont à l'Academia Belgica à Rome", in:' 'Alumni'', 1947, XVI (4), 189-193.
- DE RUYT, Franz, "Het vorstelijk Geschenk van Franz Cumont", in: Streven, 1947, I (2), 182-186.
- DE RUYT, Franz, "Franz Cumont (1868-1947), in:L'Antiquité Classique, 1947, XVI (I), 5-11.
- DE RUYT, Franz, " Notice sur Franz Cumont", in:Annuaire de l'Académie royale de Belgique, 1981, 99-114.
- DE VISSCHER, F., "La manifestation Franz Cumont (Rome, le 7 mai 1947), in:L'Antiquité Classique, 1947, XVI (1), 13-28.
- DE VISSCHER, F., "La commémoration Franz Cumont à Rome, 13 janvier 1949), in: L'Antiquité Classique, 1949, XVIII (2), 257-264.
- DUSSAUD, R., "Franz Cumont", in: Syria, 1949, 26, 168-172.
- EVERS, Cécile, "Collectors of ancient sculpture in:Belgium in the 19th century: Léon Somzée and Raoul Warocqué", in: Kölner Jahrbücher, 2007, 40, 21-30.
- FARAL, E., Éloge, in: Comptes rendus des séances de l'Académie des Inscriptions et Belles Lettres, Parijs, 1947, 529-535.
- FESTUGIÈRE, A. J., "Franz Cumont", in:Gnomon, 1949, 21, 272-274.
- FESTUGIÈRE, A. J., "Franz Cumont", in:Bulletin de l'Académie royale de Belgique. Classe des Lettres, 1973, LIX, 310-314.
- GRAN-AYMERICH, Ève, "Franz Cumont (1868-1947) et l'archéologie française", in:Mélanges de l'École française de Rome, Italie et Méditérranée, 1999, 111 (2), 525-539.
- KEIL, J., "Franz Cumont. Nachruf", in:Almanach der Osterreichischen Akad der Wissenschappen, 1948, 98, 206-210.
- KEIL, J., Franz Cumont. Nachruf, Wenen, 1949.
- LAMEERE, William, "Sur la tombe de Franz Cumont", Brussel, 1948.
- LAMEERE, William, "Au temps où Franz Cumont s'interrogeait sur Aristote", in:L'Antiquité Classique, 1949, XVIII (2), 279-324.
- LAMEERE, William, "Lettre", in:' 'Bulletin de l'Académie royale de Belgique. Classe des Lettres'', 1956, XLII, 378-379.
- LANNOY, Annelies, Het christelijke mysterie. De relatie tussen het vroege christendom en de heidense mysterieculten in het denken van Alfred Loisy en Franz Cumont, in de context van de modernistische crisis, Gent, 2012 (thèse de doctorat inédite).
- LERICHE, Pierre en GABORIT, Justine, "Franz Cumont, homme de terrain", in: Mélanges de l'École française de Rome, Italie et Méditerranée, 1999, 111 (2), 647-666.
- MAYENCE, Fernand, "Hommage à la mémoire de Franz Cumont à l'occasion de la remise de son buste à la Classe", in: Bulletin de l'Académie royale de Belgique. Classe des Lettres, 1956, XLII, 363-377.
- PAILLER, Jean-Marie, "Les religions orientales selon Franz Cumont. Une création continuée", in: Mélanges de l'École française de Rome, Italie et Méditerranée, 1999, 111 (2), 635-646.
- PAREE, D., Du rêve du collectionneur aux réalités du musée: l’histoire du musée de Mariemont (1917-1960), Universitaire Pers Brussel, 2017.
- PETTAZZONI, R., "Franz Cumont", in: Archivio della Società romana di Storia Patria, 1947, LXX, 188.
- PICARD, Ch., "Franz Cumont (1868-1947), in: Revue Archéologique, 1955, XLVI (2), 59-60.
- PRAET, Danny, “Cumont, Franz (1868-1947)”, UGentMemorie.
- PRAET, Danny en Stedelijk Museum Aalst, Brochure Aalstenaar Franz Cumont en de antieke mysterieculten.
- ROOS, A. G., "Herdenking van Franz Cumont", in: Jaarboek der Moninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 1950-1952, 181-188.
- ROUSSELLE, Aline, "Franz Cumont et la science de son temps. Introduction", in: Mélanges de l'École française de Rome, Italie et Méditerranée, 1999, 111 (2), 501-506.
- SAMARAN, Charles, "Le souvenir français de Franz Cumont", in: '' Bulletin de la Classe des Lettres et des Sciences morales et politiques, 1967, 53, 564-567.
- SANDERS, G., "Cumont, Franz-Valéry-Marie", in: National Biografisch Woordenboek, 1964, I, col. 361-366.
- VERCAUTEREN, Fernand, "Une correspondance scientifique. Théodore Mommsen-Franz Cumont (1894-1901)", in: Bulletin de la Classe des Lettres et des Sciences morales et politiques, 1954, 40, 68-90.
- VERHOOGEN, Violette, "Franz Cumont. Conservateur-délégué honoraire", in: Bulletin des Musées royaux d'Art et d'Histoire, 1947, 4de serie, 19 (1-3), 105-110.
- WOUTERS, Emma, “Van de laatste kasteelvrouwe van Gaasbeek naar de Belgische staat: De schenking van het Kasteel van Gaasbeek (1899-1924)”, Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024.
Externe links
- Gegevens over de briefwisseling van Franz Cumont zijn te vinden op deze pagina.