Houzeau de Lehaie, Jean-Charles (1820-1888)

From Bestor_NL
Revision as of 10:45, 10 July 2013 by Bestor (talk | contribs) (Bibliografie)
Jump to: navigation, search

Astronoom, geboren te Namen op 7 oktober 1820 en overleden te Brussel op 10 juli 1888. Opvolger van Ad. Quetelet als directeur van het Koninklijke Sterrenwacht van België.

Biografie

Houzeau de Lehaie, Jean-Charles (1820-1888)

Jean-Charles Houzeau de Lehaie werd geboren op 7 oktober 1820 op het familiedomein van de Houzeau's, niet ver van Namen. Houzeau kreeg thuis les van zijn ouders. Op 12-jarige leeftijd startte hij aan het College van Namen. In 1837 rondde hij zijn humaniora af en werd omwille van zijn uitmuntend schoolparcours door de stad Namen met een gouden medaille bekroond.[1] Houzeau schreef zich in aan de Universiteit van Brussel, maar faalde voor de kandidaatsjury van de wetenschappen. Hij studeerde daarom op eigen kracht astronomie in een geïmproviseerd observatorium dat door hem zelf was uitgerust. Ook volgde hij regelmatig lessen aan de École des mines de Mons.[2] In 1838 gaf hij ook een eerste aanzet aan zijn journalistieke carrière. Hij schreef hoofdzakelijk politieke en wetenschappelijke artikelen.[3]Van 1840 tot 1841 verbleef Houzeau in Parijs waar hij lessen volgde aan de Faculteit Wetenschappen. Hij slaagde echter voor geen enkel examen. Bij zijn terugkomst in Brussel in 1842 hield hij zich opnieuw bezig met zijn favoriete onderwerpen: astronomie en geofysica. Tussen 1842 en 1844 keerde hij met regelmaat naar Parijs terug om er in de bibliotheken onderzoek te doen naar de wetenschappen, de geschiedenis en de literatuur.


Houzeau nam vervolgens contact op met Quetelet, Lambert-Adolphe-Jacques (1796-1874) die hem als vrijwilliger aan zijn staf op de Koninklijke Sterrenwacht toevoegde.[4] In augustus 1844 presenteerde hij zijn eerste publicaties aan de Académie royale des Sciences et Belles-Lettres de Bruxelles. In 1846 werd hij als hulpastronoom aan de Koninklijke Sterrenwacht aangesteld . In die functie voerde hij een hele reeks observaties uit: maan en zonsverduisteringen, de doorgang van Mercurius over de zon, de kometen en de berekening van hun baan, het bepalen van de coördinaten van Neptunus, de verificatie van de breedtegraad van Brussel, enz ... [5] Hij ondernam in deze periode ook een hele reeks berekeningen en verklaringen, die echter het ritme van zijn publicaties vertraagden.


Houzeau voelde zich verbonden met het gedachtegoed van het fourièrisme. Op 25 maart 1849 participeerde hij aan een politiek banket van militanten van de republikeinse partij. Zijn republikeinse ideeën, zijn relatie met politieke vluchtelingen en zijn bijdrage aan extremistische kranten bleken schadelijk voor zijn wetenschappelijke carrière: op 6 april 1849 werd hij aan het Koninklijk Observatorium uit zijn functies ontzet.[6] Hij werkte daarna, tussen 1854 en 1857 samen met de dienst Belgische kaarten van Nerenburger. Houzeau werd met het onderdeel astronomie belast.[7] Op 16 december 1854 werd hij corresponderend lid van de Académie royale des Sciences et Belles-Lettres de Bruxelles en op 15 december 1856 effectief lid. In 1878 werd hij voorzitter van de Academie en directeur van de Klasse Wetenschappen.


In juli 1857 verbleef Houzeau twee maanden in Londen. Hij bracht zijn vrije tijd door in Sydenhem, in het British Museum en in de Botanische Tuin. Hij leerde ook typografie.[8] Op 10 september 1857 scheepte hij in Liverpool in voor Amerika. Hier bleef hij 19 jaar.[9] Hij stuurde een hele reeks brieven die werden gepubliceerd in het driemaandelijks tijdschrift. In deze brieven schreef Houzeau zijn observaties neer over het conflict na de afschaffing van de slavernij. Hij verbleef in New Orleans en vervolgens in San Antonio in Texas. Hier werkte hij als landmeter en deed ook een excursie naar de Rio Grande. In 1862 keerde Houzeau naar New Orleans terug en zette hij zich in voor de campagne tegen slavernij, onder meer als publicist voor de zwarte krant Union (en hierna de Tribune). In 1864 vestigde Houzeau zich in Philadelphia en nam de leiding van de Tribune op zich . In 1868 trok hij naar Jamaïca waar hij een plantage kocht.[10]


In 1876 werd Houzeau na twee jaar discussie aangesteld als directeur van de Koninklijke Sterrenwacht ter vervanging van Adolphe Quetelet. Hij vertrok naar België op 17 juni 1876. Onder zijn leiding vond een grootse reorganisatie van het instituut plaats: het aantal personeelsleden werd verhoogd, de diensten astronomie en meteorologie werden gescheiden en er werd een nieuwe dienst voor spectroscopie aan het instituut toegevoegd. Het weernetwerk werd gereorganiseerd en uitgebreid. Een nieuw tijdschrift, Bulletin météorologique, zag het licht. Het verscheen voortaan dagelijks. Het al bestaande Annales de l’Observatoire werd in twee secties verdeeld: één gewijd aan de meteorologie en een andere aan de astronomie. Houzeau vulde ook de instrumentencollectie en de collecties van de bibliotheek met nieuwe aanwinsten aan. Er werden ook conferenties voor een breed publiek georganiseerd. Uiteindelijk besliste Houzeau om het Observatorium naar Ukkel over te brengen. De bouw van de gebouwen startte pas op 10 september 1883 en werd afgerond in 1889.


In 1882 ondernam Houzeau twee expedities met het oog op het observeren van de passage van Venus door middel van een heliometer. De eerste werd geïnstalleerd in Santiago in Chili en de tweede in San Antonio in Texas. Hij communiceerde aan de Academie de resultaten van de parallax van de zon verkregen op 14 december 1883.[11] Hij nam vervolgens ontslag aan het Observatorium en vestigde zich in het zuiden van Frankrijk. Hij bleef gedurende de laatste jaren van zijn leven aan het werk en gaf aan zijn opvolger Albert Benoît Lancaster instructies voor de verwezenlijking van de publicatie Bibliographie générale de l’astronomie.
Hij overleed te Brussel op 10 juli 1888.

Werken

Van 1838 tot 1841 publiceerde hij een reeks artikelen in het tijdschrift Émancipation. Ze behandelden de nieuwigheden in het industriële proces, het gebruik van machines, grote openbare werken, communicatiemiddelen, de handel, de landbouw, enz ......
In 1839 publiceerde hij zijn eerste wetenschappelijk werk: Des turbines, de leur construction, le calcul de leur puissance et de leur application à l’industrie.
In 1844 liet hij een brief en twee publicaties verschijnen in het tijdschrift Astronomische Nachrichten met als onderwerp d’un nouvel effet de l’aberration de la lumière particulier aux étoiles doubles qui possèdent un mouvement propre.
In augustus van hetzelfde jaar presenteerde hij zijn studies over sterren aan de Académie royale des Sciences et Belles-Lettres de Bruxelles.
In 1845 berekende hij via een door hem ontwikkelde methode, de cijfers en de efemeriden van de komeet Arrest. Hij publiceerde in dezelfde periode een nota over de komeet Vico in de jaarboeken van de Académie royale. Tussen 1849 en 1853 publiceerde Houzeau verschillende nota's over astronomie, geologie, geschiedenis en geografie. Hij schreef eveneens twee bijdragen: in 1850 physique du globe et météorologie in de Encyclopédie populaire en in 1853 de Règles de climatologie.
In 1854 liet hij een belangrijk werk verschijnen: Essai d’une géographie physique de la Belgique au point de vue de l’histoire et de la description du globe.
Houzeau participeerde actief aan verschillende kranten en tijdschriften onder meer mémoires de la société des sciences du Hainaut.
Tijdens zijn verblijf in Jamaïca classeerde hij bij orde van grootte, de sterren die hij geobserveerd had en zichtbaar waren met het blote oog in de twee hemisferen. Hij ontving voor deze publicatie de Vijfjaarlijkse prijs voor sterrenkunde van de Academie.
In 1880 bevorderde hij de oprichting van het tijdschrift Entre terre et ciel.[12]
In 1882 publiceerde Houzeau in samenwerking met Lancaster het eerste volume van de Bibliographie générale de l’astronomie. Dit volume bevat de publicaties opgenomen in de academische collecties. In 1887 verscheen het eerste deel van het tweede volume. Hierin werd een historische introductie opgenomen. Twee jaar later publiceerde Lancaster het tweede deel dat bestond uit onafhankelijke werken. En als laatste verscheen in 1889 het derde deel en bevatte een reeks astronomische observaties.

Publicaties

  • Des turbines, de leur construction, le calcul de leur puissance et de leur application à l’industrie, Brussel: Hauman et Cie, 1839.
  • "Schreiben der Herrn Houzeau in Mons an den Heransgeber", in in Astronomische Nachrichten, vol. 21, 1844, kol. 243.
  • "D’un nouvel effet de l’aberration de la lumière particulier aux étoiles doubles qui possèdent un mouvement propre. Sur les systèmes binaires 61 Cygni et 70 p Ophiuchi", in Astronomische Nachrichten, vol. 21, 1844, kol. 243-248, en kol. 273-278.
  • physique du globe et météorologie, in Encyclopédie populaire, Brussel : Jamar, 1850.
  • Règles de climatologie ou Exposé sommaire des notions que la science possède sur le cours des saisons et sur les variations du temps, in Encyclopédie populaire, Brussel : Jamar, 1853.
  • "Méthode pour déterminer simultanément la latitude, la longitude, l’heure, l’azimut, par des passages observés dans deux verticaux", in Mémoires couronnés et mémoires des savants étrangers, publiés par l'Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, vol. 25, 1854.
  • "L’espace et le temps", in Revue trimestrielle, vol. 3, 1856, p. 37-70.
  • "Étude sur la vie et la mort", in Revue trimestrielle, 4de jaargang, 3de deel, 1857, p. 37-85.
  • Études sur les facultés mentales des animaux comparées à celle de l'homme, Brussel, 1872.
  • Le ciel mis à la portée de tout le monde, Bruxelles, 1873.
  • Étude de la nature de ses charmes et ses dangers.
  • Uranométrie générale, Brussel : Hayez, 1878.
  • Bibliographie générale de l’astronomie, 1883-1889.
  • Annuaire populaire de Belgique, 1885-1888
  • Hij publiceerde eveneens in Mémoires de la société des sciences du Hainaut, in de Revue trimestrielle en in de frans-belgische editie van de Revue britannique.


Publicaties aan de Academie


Bibliografie

  • BRIEN, Paul, "Houzeau", in Florilège des sciences en Belgique pendant le 19e et le début du 20e, Brussel : Académie royale de Belgique Classe des sciences, 1968, p. 69-96.
  • KOECLELENBERGH, André, "L’astronomie et la géophysique externe", in Robert Halleux, Geert Vanpaemel, Jan Vandersmissen en Andrée Despy-Meyer (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel: Dexia/La Renaissance du livre, 2001, vol. 1 p. 143-144.
  • LIAGRE, Baptiste, "Notice sur Jean-Charles Houzeau, membre de l’Académie", in Annuaire de l’Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique, 1890, p. 207-310.
  • SWINGS, Pol, "Houzeau de Lehaie, (Jean-Charles)", in Biographie Nationale, vol. 29, Brussel : Établissements Émile Bruylant, Imprimeurs-Éditeurs, 1903, kol. 694-699.
  • VANDERMISSEN, Jan, "De wetenschappelijke exploratie", in Robert Halleux, Geert Vanpaemel, Jan Vandersmissen en Andrée Despy-Meyer (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel: Dexia/La Renaissance du livre, 2001, vol. 1, p. 230-232.
  • De Smet, A. voyageurs belges aux Etats-Unis, Brussel, 1959, 91 ev.


Notes

  1. SWINGS, Pol, "Houzeau de Lehaie, (Jean-Charles)", in Biographie Nationale, vol. 29, Brussel : Établissements Émile Bruylant, Imprimeurs-Éditeurs, 1903, kol. 694.
  2. SWINGS, Pol, "Houzeau de Lehaie, (Jean-Charles)", in Biographie Nationale, vol. 29, Brussel : Établissements Émile Bruylant, Imprimeurs-Éditeurs, 1903, kol. 695.
  3. KOECLELENBERGH, André, "De sterrenkunde en de externe geofysica", in Robert Halleux, Geert Vanpaemel, Jan Vandersmissen en Andrée Despy-Meyer (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel: Dexia/La Renaissance du livre, 2001, vol. 1 p. 143-144.
  4. BRIEN, Paul, "Houzeau", in Florilège des sciences en Belgique pendant le 19e et le début du 20e, Brussel : Académie royale de Belgique Classe des sciences, 1968, p. 72-73.
  5. SWINGS, Pol, "Houzeau de Lehaie, (Jean-Charles)", in Biographie Nationale, vol. 29, Brussel : Établissements Émile Bruylant, Imprimeurs-Éditeurs, 1903, kol. 696.
  6. LIAGRE, Baptiste, "Notice sur Jean-Charles Houzeau, membre de l’Académie", in Annuaire de l’Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique, 1890, p. 219.
  7. BRIEN, Paul, "Houzeau", in Florilège des sciences en Belgique pendant le 19e et le début du 20e, Brussel : Académie royale de Belgique Classe des sciences, 1968, p. 76-78.
  8. LIAGRE, Baptiste, "Notice sur Jean-Charles Houzeau, membre de l’Académie", in Annuaire de l’Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique, 1890, p. 234.
  9. BRIEN, Paul, "Houzeau", in Florilège des sciences en Belgique pendant le 19e et le début du 20e, Brussel : Académie royale de Belgique Classe des sciences, 1968, p. 81-86.
  10. VANDERMISSEN, Jan, "De wetenschappelijke exploratie", in Robert Halleux, Geert Vanpaemel, Jan Vandersmissen en Andrée Despy-Meyer (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel: Dexia/La Renaissance du livre, 2001, vol. 1, p. 230-232.
  11. LIAGRE, Baptiste, "Notice sur Jean-Charles Houzeau, membre de l’Académie", in Annuaire de l’Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique, 1890, p. 275-.
  12. KOECLELENBERGH, André, "L’astronomie et la géophysique externe", in Robert Halleux, Geert Vanpaemel, Jan Vandersmissen en Andrée Despy-Meyer (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel: Dexia/La Renaissance du livre, 2001, vol. 1 p. 144.