La Correspondance, oudste Belgische wetenschapsblad

From Bestor_NL
Revision as of 10:54, 31 March 2015 by Bestor (talk | contribs)
Jump to: navigation, search
[FR]

De Royal Society of Londen viert dit voorjaar het 350ste bestaan van haar tijdschrift. Fierheid is gepast: de Philophical Transactions, waarvan het openingsnummer op 6 maart 1665 verscheen, is het eerste en dus langstlopende wetenschapstijdschrift ooit. Het blad oogstte al snel internationaal succes en werd in vele landen geïmiteerd. Op "Belgisch" grondgebied duurde het langer voor gelijkaardige grootschalige projecten van de grond kwamen. Het oudste nationaal tijdschrift is dan ook van jongere datum: op de teller van ons oudje, de “Correspondance mathématique et fysique”, staan 190 lentes. Maar de korte geschiedenis van dit eerste Belgische wetenschapstijdschrift is minstens even bewogen als die van zijn gevierde Britse voorbeeld.


Republiek der wetenschappers

De wiskundige Adolphe Quetelet bepleitte de nood aan een nationaal tijdschrift voor wetenschappen.
De astronoom-wiskundige Adolphe Quetelet was de eerste die nood ervoer aan een eigen tijdschrift gewijd aan natuurwetenschappen, wiskunde en fysica in het bijzonder. Deze disciplines werden in België grondig ondergewaardeerd, vond Quetelet. Het tijdschrift zou ook de banden tussen Belgische (Zuid-Nederlandse) geleerden aanhalen, zo hoopte de sterrenkundige. Quetelet droomde van een 'république des Sciences'. Volgens hem waren de Belgische geleerden, die 'illustres amis des sciences', hopeloos verdeeld.


Er bestonden natuurlijk al tijdschriften die wetenschap in hun rubrieken opnamen, zoals de Mémoires de l’Académie de Bruxelles, de Annales Belgiques des Sciences, Arts en Littérature en de Messager des Sciences et des Arts. Maar de natuurwetenschappen kregen er geen exclusiviteit. De enige periodiek die zich wel uitsluitend aan natuurkunde had gewijd, de Annales générales de Sciences physiques, was ondanks de ronkende namen van zijn stichters – Jean-Baptiste Van Mons, Jean-Baptiste Bory de Saint-Vincent ( en Pierre Drapiez - geen hoogvlieger geweest. Het blad was in 1822, drie jaar na zijn stichting, geruisloos ten onder gegaan.


Quetelet deelde zijn plan met zijn collega en leermeester, de Gentse hoogleraar Jean Garnier. Zijn keuze voor deze wiskundige van Franse origine was niet onbezonnen. Enige jaren tevoren was Garnier medestichter van de Annales belgiques geweest. Hij had dus ervaring met de redactie van een tijdschrift. Bovendien had Garnier connecties in het landelijk en internationaal wetenschapsmilieu, niet onbelangrijk als het aankwam op het vullen van de tijdschriftrubrieken.

De wiskundehoogleraar Jean Garnier had ervaring met het uitgeven van tijdschriften



De Correspondance Mathématique et Fysique

In 1825 was de kogel door de kerk: onder de naam Correspondance mathémathique et fysique hielden de twee mannen hun nieuwe wetenschapsbulletin boven de doopvont. Zoals de naam aangaf, zou het blad zich aan wiskunde en fysica wijden. Ook de eraan verbonden wetenschappen, zoals astronomie, meteorologie en statistiek zouden een volwaardige plaats krijgen. Garnier pleitte er nog voor om de rubrieken van het tijdschrift ook voor andere disciplines, zoals biologie en andere natuurwetenschappen (histoire naturelle) open te stellen. Maar hij botste op een geërgerde Quetelet. Chemie kon er nog net bij, aldus deze laatste, maar natuurhistorie, dat was er toch teveel aan. Het tijdschrift had er geen behoefte aan om dicht te slibben 'met studies over pomologie, perologie en andere confituren’.[1]


Daarmee was de kous af. In maart 1825 rolde het eerste nummer van de Correspondance van de persen.[2] Het schonk aandacht aan wiskundige vraagstukken, waarbij lezers werden uitgenodigd om een elegant antwoord uit te denken. Wetenschappelijke studies en memoires en recensies van wetenschappelijke werken vulden de overige pagina’s. Er zouden dat jaar nog zes nummers verschijnen, die samen het eerste volume vormden.


Ons rotverwend kind

Het eerste nummer van de Correspondance.

Er waren op dit moment honderd abonnees, die hadden ingetekend voor zeven florijnen per jaar. Hun namen kregen een vermelding voorin. De Koninklijke Academie van Brussel was vertegenwoordigd in de personen van onder meer Gaspard Pagani, Germinal Dandelin en Jacobus Utenhoven. Verder bevatte de lijst intekenaars van de zes rijksuniversiteiten, zoals de Luikse chemiehoogleraar Jean Delvaux, de Gentse studenten wetenschappen Daniel Mareska en Pierre Verhulst en de Leuvense De Reiffenberg. Ook middelbare schoolleraren, onder wie Alexis Timmermans en geïnteresseerde wetenschapsamateurs namen een abonnement. Quetelet had de regering in Den Haag zover gekregen dat ook zij inschreef voor twintig exemplaren.


De vele lofbetuigingen van buitenlandse wetenschapstijdschriften en geleerden ten spijt, was de inschrijvingslijst al met al eerder mager. Het ronselen van abonnees was geen sinecure geweest, tot ontgoocheling van Quetelet. Ook het voorbehouden recht van abonnees om in het tijdschrift te publiceren had niet de gewenste toestroom opgeleverd. Tegen het einde van 1825 was het aantal abonnees al gestegen tot driehonderd, onder wie Jean-Baptist van Mons, Jean François Lemaire, Jacques Guillaume Crahay en Joseph Plateau. Deze laatste liet zijn trouwe pennenvriend Quetelet vaak de primeur van belangrijk onderzoek dat hij had afgerond.

Prospectus van de Correspondance.
Prospectus van de Correspondance.


Ondanks een gestage stijging van het aantal registraties, konden de inkomsten de kosten van het eerste volume nauwelijks dekken. De tweede jaargang sloeg een diepe krater in het budget. De precaire financiële situatie bracht latente spanningen en wantrouwen tussen de twee redacteurs aan de oppervlakte. Omdat Garnier in Gent woonde, waar de druk gebeurde, had hij een actievere inbreng in het redacteurschap. Quetelet verdacht zijn compagnon ervan zich niet al te ernstig van zijn taken te kwijten. Herhaaldelijk klaagden abonnees dat zij hun exemplaar niet ontvingen. Bovendien had Garnier er volgens zijn voormalige pupil een handje van weg om eenzijdig te bepalen wat in het tijdschrift zou verschijnen, zonder zijn coredacteur op de hoogte te brengen. Dat Garnier er een sport van maakte om in de Correspondance de wiskundige bewijsvoeringen van Quetelet onderuit te halen, maakte diens ergernis voor de cavalier seul alleen groter.


Fundamenteler waren de meningsverschillen over de richting die het tijdschrift uitmoest. Volgens Garnier diende de Correspondance vooreerst een nationale periodiek te zijn, waarin niet alleen de geleerden maar ook scholieren, studenten en leraren hun gading konden vinden. In die zin reikten de ambities van Garniers pupil verder. De Correspondance die Quetelet droomde was een bruisend forum voor geleerden uit verschillende landen. Net als Henry Oldenburg, de redacteur van de Philosophical Transactions een ruime eeuw eerder, was Quetelet een man van connecties. Hij beschikte over een enorm netwerk van correspondenten in alle uithoeken van Europa. Quetelets visie vond bij Garnier echter geen vruchtbare bodem.


In april 1826 hakten de mannen een moeilijke knoop door: Quetelet werd enige redacteur. Hoewel hij Garnier het redacteurschap aanbood, was het duidelijk dat de astronoom niet graag zijn 'enfant gâté', zoals hij het tijdschrift liefkozend noemde, uit handen gaf. Garnier trok zich terug, maar bleef actief zijn medewerking verlenen. Het blad zou voortaan in Brussel worden gedrukt. [3]


De overname kon niet verhinderen dat het tijdschrift in vrije val raakte en massaal inschrijvers onder de studenten en scholieren verloor. Quetelet liet zich vooral bitter uit over wat hij ervoer als het verlies van steun vanwege de Belgische wetenschapsgemeenschap. In zijn blad stonden haast uitsluitend nog bijdragen van buitenlandse geleerden – weliswaar grote namen als Alexander von Humboldt en André-Marie Ampère. Het tijdschrift verscheen niet in 1833 en 1834, en tegen dat in 1935 volume 8 verscheen, zat de redacteur op zijn tandvlees. In 1836 droeg hij het eigenaarschap van het blad over in handen van de uitgeverij Société Hauman, Catoir et Cie. Quetelet verbond zich ertoe het tijdschrift te vullen. Een tijdlang liepen de zaken weer goed. Het aantal abonnees steeg opnieuw en het blad bouwde stilaan een degelijke reputatie uit in binnen- en buitenland. Het was dan ook onduidelijk waarom uitgeverij Hauman in 1839 besliste de druk van de Correspondance stop te zetten.


Na de Correspondance

Het verdwijnen van de Correspondance deed een lacune in de wetenschapswereld voelen. In 1874 besloten Paul Mansion en Eugène Catalan een vervolg op het blad van Garnier en Quetelet te creëren. De Nouvelle Correspondance Mathématique hield het langer uit dan zijn illustere voorganger. In 1880 werd het hervormd tot Mathesis Het verscheen nog tot 1964.[4]


Bibliografie

Zie notitie Correspondance mathématique et physique en Annales générales de Sciences physiques voor overzicht van digitaal beschikbare volumes

  • Gebaseerd op: Elkhadem, Hossam, "Histoire de la Correspondance mathématique et physique d'après les lettres de Jean-Guillaume Garnier et Adolphe Quetelet", in Bulletin de la Classe des Lettres et des Sciences Morales et Politiques de l'Académie royale de Belgique, 64 (1978), 316-366.
  • Mawhin, Jean "De wiskunde", in: Robert Halleux, Geert Vanpaemel, Jan Vandersmissen en Andrée Despy-Meyer (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel: Dexia/La Renaissance du livre, 2001, vol. 1, 104-105
  • Dorikens, Maurice,

[ http://www.dbnl.org/tekst/hall014gesc02_01/hall014gesc02_01_0011.php Joseph Plateau, een boegbeeld van de natuurkunde]], in: Robert Halleux, Geert Vanpaemel, Jan Vandersmissen en Andrée Despy-Meyer (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel: Dexia/La Renaissance du livre, 2001, vol. 1, 117.


Noten

  1. Jump up 'La pomologie, la poirologie et autres confitures semblables finiraient par envahir nos domaines.' Citaat brief aan Garnier 8 januari 1825, in: Elkhadem, "Histoire de la Correspondance mathématique et physique", 325.
  2. Jump up Dit was bij de Gentse uitgever Vandekerckhove.
  3. Jump up Citaat brief aan Garnier 8 januari 1825, in: Elkhadem, "Histoire de la Correspondance mathématique et physique", 339.
  4. Jump up Mawhin, Jean "De wiskunde", in: Robert Halleux, Geert Vanpaemel, Jan Vandersmissen en Andrée Despy-Meyer (red.), Geschiedenis van de wetenschappen in België 1815-2000, Brussel: Dexia/La Renaissance du livre, 2001, vol. 1, p. 104-105.